Creatieve expressie
Welkom op mijn blog. Het vak creatieve expressie tijdens mijn opleiding toegepaste psychologie, was een hele uitdaging. Ik heb de tijd en de ruimte genommen om aan de slag te gaan met mijn creativiteit. „Creatief, ik … ?" Stap voor stap heb ik ontdekt dat meer kan dan „nadoen“. Dat ook ik kan loslaten en in vrijheid kan ontdekken. Verbaasd van de impact van het proces.
ik wens jou, lezer, een fijne tocht uit het donker naar het licht.
I Muzische geschiedenis
II De Muzen: verkenning
Ligne de vie - KMSKA
Voor ik start met de bespreking van de tentoonstelling en het schilderij sta ik graag even stil bij mijn eerste indruk van het museum. Bij mijn aankomst was ik overdonderd door de moderne zuiver witte inrichting van de benedenverdieping (-1) waar je de balie, vestiaires, toiletten en comfortabele witte zetels vindt. Eens je bovenaan de draaitrap naar de ingang van het museum komt, kan het contrast niet groter zijn: statisch, klassiek, donker intrieur, schilderijen uit een ver verleden, buiten de mooie mozaïekvloer. De kerstversiering zorgde voor extra sfeer. Het contrast met de lager gelegen verdieping kan niet groter zijn en toch vloeit het heel mooi in elkaar over.
Wat me opviel bij de tentoonstelling was de rechtlijnige opstelling in de vorm van een parcours. Je kon heel eenvoudig van schilderij naar schilderij wandelen zonder zonder de draad kwijt te raken. De inrichting was erg sober. De kleur van de muren en panelen was erg neutraal (aangezien ik kleurenblind ben, kan ik niet precies zeggen welke kleur, het kwam bij mij alleszins sober over). De keuze voor een rechtlijnige opstelling lijkt logisch aangezien de titel van de tentoonstelling ‘Ligne de vie’ (Magritte). Het museum geeft een chronologische weergave van het werk van Magritte.
Aan het begin van de tentoonstelling sprongen meteen de werken in het oog uit de kubistische periode van Magritte.
De enige werken die ik kende, waren enkele van zijn surrealistische werken. De schilderijen uit zijn kubistische periode waren een aangename verrassing. De kleurencontrasten sprongen in het oog. Tegelijk vormde de compositie van de kleuren een voorstelling (vb. Man bij het raam). Naarmate de tentoonstelling vorderde, bleek Magritte ook een impressionistische periode doormaakte.
René Magritte fascineert me omdat hij er bewust voor kiest om het mysterie op te zoeken. Hij geeft zijn werken titels die totaal niet overeenkomen met wat er te zien is om de kijker te stimuleren stil te staan bij hoe hij ‘zelf’ het werk ziet, wat het voor hem betekent. Hij wil op die manier de verbinding tussen taal en beeld bevorderen. Wat mij het meest inspireerde tijdens het bezoek aan de tentoonstelling waren niet alleen de werken, maar ook de verbinding die de werken creëerden tussen mij en de vriendin waarmee ik het museum bezocht. De werken nodigden uit tot filosoferen.
De Wraak
Eén kunstwerk kiezen is niet makkelijk. Het kunstwerk dat het meest een verhaal bij me opriep, is “De wraak”. Magritte schilderde het werk in 1938. Het is een gouache op papier. Het stelt een schilderij voor in een schilderij. De wolken op de afbeelding van het schilderij doorbreken letterlijk het kader. We zien de typisch strakke lijnen, de duidelijke vormen en heldere kleuren
We lezen over het werk dat het onderwerp een typisch Magritte-motief weergeeft: het onderzoeken van de grens tussen werkelijkheid en illusie. De titel suggereert een actieve rol van het beeld dat de toeschouwer dwingt na te denken over wat ‘echt’ is.
De betekenis die het werk voor mij heeft sluit niet aan bij de titel. Het schilderij doet bij mij appel op mijn visie over inclusie van mensen met een beperking. Ik heb de overtuiging dat we inclusie niet kunnen realiseren zolang we niet bereid zijn onze maatschappelijke structuren te herzien en om te gooien. Zolang we de grenzen van de huisige maatschappij niet doorbreken, zullen mensen met een beperking in de schaduw blijven staan. Slagen we er wel in om fundamentele veranderingen door te voeren dan ontstaat er ruimte en vrijheid, gesymboliseerd door de blauwe lucht en de wolken.
Madame Bovary - Fakkeltheater
De eerste indruk begint al bij de titel ‘Madame Bovary’ naar een roman van Gustave Flaubert, een Franse schrijver die behoort tot de wereldliteratuur. Ik vind dit wel een uitdaging. Ik ging ervan uit dat het om een theaterproductie ging. Vanuit het productiehuis werd het echter aangekondigd als een musical. Zou dit voldoende uitdagend zijn? Ik besloot mijn oordeel uit te stellen tot na de voorstelling. Ik heb vooraf niks opgezocht en liet me verrassen
Groot is mijn verrassing als ik Sandrine Van Handenhoven en Michiel Demeyer als acteurs op het podium zie. Ik ken beiden uit het populaire circuit. De derde acteur, Thomas Cammaert, ken ik niet
Uit het programmaboekje leer ik dat het productiehuis, Iskariot vzw, zich profileert als een productiehuis gespecialiseerd in musicals. Groot is mijn verbazing als ik lees dat zowel acteurs, regisseur, muzikale leiding, choreograaf, … actief waren bij heel wat populaire producties, waaronder ook populaire musicals. Zowat iedereen heeft een sterke link met Studio 100.
Met Madame Bovary wil Iskariot vzw de musical opnieuw onder de aandacht brengen. Sinds ik de voorstelling gezien heb blijft bij mij de vraag: ‘Is dit wel een musical of is het toch theater?’ Het woord ‘musical’ roept bij mij de connotatie op van een gezongen verhaal waarbij de zangstukken aan elkaar gerijgd worden door tekst. Bij Madame Bovary primeert het literaire. De muzikale onderdelen bekrachtigen de tekst
Het decor is sober. Op de achtergrond zien we een houten constructie. Het lijken 2 grote houten kaders met een ruimte ertussen. Dit decorstuk is permanent aanwezig en krijgt verschillende functies. Het raam waardoor we Emma op haar sterfbed zien liggen, onderdeel van de koets waarin ze met haar minaar door de stad rijdt. Ook de attributen zijn sober (een stoel als symbool voor de meubels, een strook behangpapier met bloemetjes als symbool voor de nieuwe inrichting) en multifunctioneel (een stoffen doek als nonnenkap, picknickdeken, gordijnen voor de paardenkoets). Op het toneel zijn vooral rechte lijnen te zien die overwegend eenvoudige vierhoeken vormen. Dit roept bij mij een vorm van rust op. Dit staat in contrast met de inhoud van het stuk. Het zorgt er wel voor dat de focus op de karakters van de personages gericht blijft.
Het belang van kleur komt vooral tot uiting in de kostuums van de acteurs. Madame Bovary draagt de hele voortelling een schitterende kleurrijke jurk. De kleding van de mannelijke acteurs is duidelijk een heel stuk eenvoudiger. Er is evenwel een verschil in kleur. Het pak Charles Bovary en Rudolphe de notaris is helderder van kleur dan deze van de andere mannelijke personages. Ook de mannelijke personages drgen steeds dezelfde kostuums, elke rol ze ook nemen. Het verschil zit hem in e accessoires (cape, schort, hoofddoek). De kleuren, de kwaliteit en de snit van de kleding accentueren de eigenheid van de personages. De orkestleden, die actief deelnemen aan het stuk (pianist speelt op de scene, de overige orkestleden drgen de champagne aan tijdens het bal) zijn gekleed in sober zwart.
De belichting is overwegend sober. De spot wordt op Emma gericht als zeieen monoloog brengt. Op bepaaalde momenten zijn er verticale lichtgevende staven. Zij leggen extra nadruk op de sfeer van dat moment. Tijdens het bal, bijvoorbeeld, lichten de staven extra fel op en flikkeren ze.
Madame Bovary is, ondanks de vele monologen, een zeer dynamisch stuk. Het gaat van melancholie naar euforie en terug, met daartussen flarden van tederheid verweven.
De productie brengt de thematiek van de roman mooi in beeld. Emma wil ontsnappen aan het saaie plattelandsleven. Ze wil gezien worden, rijkdom, passionele liefde, … maar, loopt in haar dromen zichzelf voorbij. De illusie dat haar dit zomaar in de schoot geworpen wordt door ine stad te wonen, wordt haar ondergang.
De voorstelling is ‘innemend mooi’. Muziek, tekst, dans, décor, beweging … het vloeit op een natuurlijke manier in elkaar over. De extremen die de regisseur wil weergeven, zijn zichtbaar, maar zonder in overkill te gaan. Het is mooi om te zien hoe de mannelijke acteurs Emma in de eerste aktehet mandaat geven om het stuk te dragen. In de tweede akte krijgt Charles dit mandaat.
Ook na deze analyse aan de hand van de kijkwijzer blijft mijn mening overeind: deze voorstelling verdient het om onder de noemer ‘Theater’ geplaatst te worden.
Lenteconcert - AMUZ
Vier eeuwen van muziek
Het lenteconcert werd gebracht door het Symphonic City Sounds Orkest. Het orkest werd in 2019 opgericht binnen de UAntwerpen. Het doel is een podium bieden in Antwerpen waar jonge muzikanten een symfonisch repertoire kunnen brengen. Het SCS is intussen een volwaardig symfonisch orkest geworden.
Het Lenteconcert gaat door in AMUZ. Het Antwerpse Muziekcentrum vindt onderdak in de voormalige barokke Sint-augustinuskerk. Boven het altaar zien we kunstwerken van Jan Fabre. De werken zijn opgebouwd uit een 450 000 smaragdgroene dekschilden van de juweelkever.
Dirigent bij dit lenteconcert is Mees van Kampen. Hij studeerde orkestdirectie aan de muziekschool van Lier en het conservatorium van Antwerpen.
Voor het tweede muziekstuk wordt het orkest door een soliste. Violiste Chloé Bakeroot, toegevoegd.. Ze startte met viool toen ze Vijf jaar oud was. Nu studeert ze viool aan het conservatorium van Brussel en piano aan het conservatorium van Antwerpen.Daarnaast heeft ze een passie voor compositie en orkestdirectie.
Het programma van het lenteconcert is een reis doorheen de geschiedenis, van opera tot film.
- La finta Semplice KV 51 (46a) - Sinfonia (W.A. Mozart)
- Nioolconcerto Nr. 3 OP. 61 - deel I (C. Saint-Saëns)
- Pavane pour une infante defunte (M. Ravel)
- Symfonie Nr. 3 D. 200 - deel I (F. Schubert)
- Jupiter uit “The Planets” (G. Horst)
- How to Train Your Dragon (J. Powell)
Doordat het concert in een kerk plaatsvond, zijn de verticale lijnen prominent aanwezig. Het licht is vooral gericht op het orkest. In tegenstelling tot in een concertzaal zit ook het publiek in het licht. Er waren weinig tot geen extra attributen. Ik vond het jammer dat de stoelen zo eenvoudig waren. Mocht het mogelijk zijn dan zou ik meer aandacht besteden aan meubilair dat aansluit bij de activiteiten die er georganiseerd worden. De compositie laat weinig ruimte voor creativiteit. Het orkest zit vooraan. Meer kun je er volgens mij niet mee doen.
Voor mij was dit concert een bijzondere uitdaging. Ik vind klassieke muziek moeilijk. Ik stelde me ervoor open, maar stootte toch weer op het gegeven dat klassieke muziek zonder enige vorm van beweging of gesproken taal voor mij niet veel meer betekent dan mooi of niet mooi. Ik trachtte me aan de hand van de bindteksten een voorstelling te maken bij de muziek die ik hoorde, maar het komt niet binnen. De vriendin met wie ik het concert bijwoonde, had net de tegenovergestelde ervaring. Zij voelde de muziek in haar lichaam stromen en had beelden bij de muziek. Voor mij is het heel moeilijk om controle los te laten en me te laten raken door de muziek. Het enige wat ik toch weer meeneem uit dit klassiek concert is ‘Ik hoor het niet. Het komt niet binnen.” Wat ik ergens toch wel jammer vind
Nog toe te voegen
Cinderella - Het paleis
De eerste indruk was verrassend. Als het doek openging was er enkel duisternis te zien. Tot de dansers met verlichte toortsen langs beide zijkanten het podium opwandelden. Eens iedereen op het podium werd het licht.
Het stuk wordt opgevoerd door Junior Ballet Antwerp Deze compagnie werd opgericht in 2019. Hun missie is: jonge dansers die afgestudeerd zijn de kans geven te groeien voor ze de ‘echte’ professionele danswereld betreden. Junior Balet Antwerp streeft 3 doelen na:
- Technisch groeien
- Een eigen dansidentiteit ontwikkelen
- Ondersteunen bij het samenstellen van een portfolio.
‘Cinderella’ is een vertolking van het bekende sprookje. De voorstelling opent dan ook met een poetsend meisje, twee vervelende jongedames en een boze stiefmoeder. Door mijn visuele beperking mis ik de gelaatsuitdrukkingen. Dit heeft een effect op de manier waarop het verhaal bij mij binnenkomt. De dans en de kostuums vangen dit gedeeltelijk op. De boze stiefmoeder draagt een bombastische jurk van vale kleuren, de stiefzusjes zijn gehuld in wat lijkt op een pyjama en Asseopoester draagt een sober kleedje
Hoewel ik heel wat visuele informatie mis, vind ik het van bij aanvang toch een mooie voorstelling. Dat het om een bekend sprookje gaat, helpt om toch het verhaal te kunnen volgen.
De voorstelling bestaat uit 3 aktes: De situatie van Assepoester bij haar stiefmoeder en stiefzussen, Het bal en de aanloop er naartoe. De zoektocht naar de eigenaar van het glazen muiltje.
Het decor is sober. Op de achtergrond zie je de voorgevel van een groot en mooi huis. In de eerste acte is dit gehuld in duisternis. Je ziet enkel de contouren. Op het podium staan een zetel, een spiegel, een paar kisten en poetsgerei (bezem, vod). In deze eerste akte wordt het verhaal verteld door de fysieke interactie tussen de personages en hun kleding. De meisjes speels en treiterend, de stiefmoeder betrokken op haar dochters en afstandelijk naar Assepoester. Assepoester poetst. Als ze alleen is, danst ze op een gracieuze manier.
Op het einde van de eerste akte verschijnt een groep danseressen gehuld in witte gewaden. Ze gaan in een positieve interactie met Assepoester. Het zijn duidelijk de feeën die haar een mooie toekomst voorspellen.
Bij het begin van de tweede acte wordt het grote huis op de achtergrond mooi verlicht en staat zo symbool voor het paleis van de prins. Ook hier wordt het verhaal bijna uitsluitend vanuit de fysieke bewegingen gebracht. De stiefzussen en de stiefmoeder dansen op een weinig gracieuze, zelfs lompe manier. Op het moment dat Assepoester verschijnt, krijgt zij meteen alle aandacht van de prins. Beiden dansen op een bijzonder elegante manier. De verbinding spat ervan af.
In de derde akte gaat de prins op zoek naar de eigenaar van het muiltje. Hierbij wordt het publiek betrokken. De prins komt in de zaal en probeert het muiltje bij verschillende dames. Tevergeefs. Uiteindelijk wordt hij verenigt met Assepoester. Op het moment dat blijkt dat zij in het bezit is van het tweede muiltje verlicht het silhouet van het huis opnieuw, nu vormen de lichtjes een mooi sprookjesbos.
Het was voor mij een heel aangename kennismaking met een dansvoorstelling. Dankzij de voorstellingskijkwijzer, de extra info die ik heb opgezocht en (helaas beperkte) filmpjes op youtube (waardoor ik toch enigszins de mimiek kon meenemen) voel ik me meer verbonden met de voorstelling. Het is voor herhaling vatbaar, al zou ik dan graag een oplossing vinden voor het gemis van de mimiek. Hoe kan ik letterlijk anders kijken naar een dansvoorstelling, en toch het verhaal in zijn totaliteit beleven?
Mixed media
Verloop
De workshop ging door in het atelier van het KMSkA. Na de kennismaking startten we met een voorbereidende oefening. We kregen een wit blad en een potlood. De opdracht luidde 'wandel een half uurtje rond in het museum en heb aandacht voor wat je ziet, ervaart.' Het was de bedoeling dat we onze impressies noteerden met behulp van kernwoorden of een schets. We dienden te letten op de vormen, de kleuren, op de indrukken die de werken op ons maakten (Wat spreekt me aan/niet aan?). Vervolgens gingen we met de verzamelde informatie terug naar het atelier. Voor we zelf aan ons eigen project begonnen, overliep de begeleidster de verschillende fasen in het werk van Magritte aan de hand van posters van zijn schilderijen. Deze werden chronologisch opgehangen.
De rest van de voormiddag werd opgesplits in twee delen. Eerst werkten we aan een collage, vervolgens kregen we een schilderopdracht. Voor de collage konden we verschillende tijdschriften gebruiken. Het doel van de opdracht was om onze indrukken op papier weer te geven aan de hand van beelden, tekst, tekeningen. ... We rondden de opdracht af met een voorstelling van onze werken. Daarbij gaven we aan wat ons inspireerde en hoe we dit vorm trachtten te geven. Voor de schildersopdracht was er één richtlijn: 'Maak een schilderij waarvan, als je het museum verlaat, de bezoekers meteen zien dat je geïnspireerd werd door het werk van Magritte.' We rondden de dag af met een rondje waarbij iedere deelnemer duiding gaf bij zijn werk.
Reflectie
Ik had voordien nog nooit geschilderd. Deze workshop was dan ook een uitdaging. Toch sprak de aankondiging ervan met meteen aan. Ik werd getriggerd door de titel 'Mixed media'. 'Media' betekent voor mij 'communicatie' en 'mixed' riep diversiteit bij me op. De workshopbegeleidster stelde ons meteen op ons gemak. Het feit dat er toch wel een aantal deelnemers geen ervaring had met een creatieve workshop, stelde me gerust. Ik ging de workshop met een open mind tegemoet. Het feit dat ik een visuele beperking heb die er ook voor zorgt dat ik kleurenblind ben, deerde me niet.
Bij de eerste opdracht was ik verwonderd dat ik kriskras door de tentoonstelling kon lopen en enkel schetste en noteerde wat me opviel en/of raakte. Dit is voor mij een moeilijke opdracht. Ik wil bij alles dat ik doe, starten bij het begin en heel rigide het pad volgen. Alles moet gedetailleerd en perfect zijn. Wat me opviel bij het maken van de collage was dat ik me zeer rustig voelde. Ondanks het feit dat we met een groep waren, werd ik niet overprikkeld door die aanwezigheid. Zelfs als een van de deelnemers iets deed waar ik mij in zou opboeien, alle tijdschriften verzamelen voor zichzelf en deze monopoliseren, bracht me dit niet uit mijn rust. Ik bracht de rust in mijn collage is.
De schilderopdracht was moeilijker. Ik bouwde wel enige veiligheid in door te kiezen voor Magritte's kubistische periode. Dat maakt het voor mij iets veiliger wat de kleuren betreft. Op zich zou het niet erg zijn om een groene in plaats van een blauwe lucht te schilderen. Toch wou ik liever gewoon experimenteren met kleur zonder me vragen te stellen bij welke kleuren ik gebruikte Ik wilde niet weten met welke kleuren ik aan het schilderen was, maar puur op mijn gevoel afgaan. Het begin was moeilijk. Het witte doek zorgde voor stress, ik wist niet waar beginnen en met wat. De begeleidster gaf aan dat het kan helpen om eerst het doek volledig in een andere kleur te zetten. Ik besloot om gewoon in de linker benedenhoek te starten en daarna zou ik wel verder zien. Dat bleek een goed idee.
Ik ben begonnen van een drietal basiskleuren en ben deze op verschillende manieren met elkaar gaan mengen. Mijn gebrek aan techniek heb ik wel gemerkt. Ik had te veel verf op mijn mengbord (en er waren niet voldoende extra mengborden) om nog op een gestructureerde manier de kleuren met elkaar te mengen. Ik ben dan nog meer op gevoel beginnen werken. Waar ik normaal enkel oog zou hebben voor wat niet lukte en voor wat ik niet kon, lag mijn focus nu helemaal op het experimenteren Ik ervaarde hoe ik nu, in tegenstelling tot in het dagelijks leven, wel kon loslaten.
Ik neem uit deze workshop vooral mee hoe 'ontspannen' voelt en dat het me lukt om ook een 'niet te presteren';
In de toekomst wil ik beeldend activiteiten zeker meenemen in mijn werk met cliënten. Maar, eerst wil ik hier zelf wat meer ervaring in opdoen. Daarom niet persé de techniek van het schilderen, wel het effect van het proces op mijn stresssysteem. Om veiligheid voor anderen kunnen creëren, moet ik me zelf nog wat veiliger voelen.
Monotype zines
Verloop
'Mixed media' had me vertrouwen gegeven om nog een tweede workshop te volgen vanuit de muze van het beeld. Het was een moeilijke keuze. Ik wilde graag eens proeven van de activiteiten bij Wisper. Data, tijdstippen en locatie waren bij een aantal workshops een drempel. 'Monotype zines' inspireerde me. Het leek ook niet te complex voor iemand met een visuele beperking.
De dag startte met een korte uitleg en demonstratie van de monotype druktechniek. Nadien mochten we experimenteren met de technieken als voorbereiding voor het maken van onze eigen zine in de namiddag. Op het einde van de voormiddag werden alle creaties op de grond gelegd. We mochten vragen stellen aan onze medecursisten. Op die manier deden we meer inspiratie op.
Na de middag kregen we een korte introductie in het ontstaan en de geschiedenis van een zine. De begeleidster had heel wat voorbeelden van monotype zines meegebracht. Ze gaf ons uitleg en een demonstratie van een boekbindtechniek die we op een eenvoudige manier konden toepassen. Nadien gingen we aan de slag voor het maken van onze eigen zine. Ter afsluiting van de dag verzamelden we al onze zines en was er nog een kort toonmoment.
Reflectie
Het experimenteren met de techniek vond ik fijn. Ik kon ervaren welke aspecten een impact kunnen hebben op het resultaat bv. witte plekken door oneffenheden in het tafelblad. Het feit dat er onvoldoende materiaal ter beschikking was, vond ik vervelend. Voor de druktechniek heb je twee rollers nodig, één om de inkt te verdelen op het plexiglas en een droge roller om het papier aan te drukken. Er waren net voldoende rollers om de inkt uit te rollen Droge rollers waren er niet. Het was behelpen met een verfroller en als die er niet was een inktfles.
Van het toonmoment leerde ik dat je witte tekeningen in je print kon creëren door een sjabloon, touw, stukje stof tussen je inkt en je papier te leggen vooraleer aan te drukken. Dit principe heb ik in de namiddag toegepast bij mijn eigen ontwerp.
De techniek van het boekbinden dat we aanleerden was niet nieuw voor mij. Ik heb heel wat ervaring met handwerken. Het boekbinden gebeurde via een eenvoudige naaitechniek. Ik begon vol goede moed aan mijn zine Mijn idee was om mijn traject van creatieve expressie aan de hand van monotypes uit te beelden en te bundelen in een zine. In tegenstelling tot 'Mixed mediia' bleek deze workshop visueel toch een stuk uitdagender. Het was moeilijk om te zien of mijn inkt voldoende verdeeld was over het plexiblad. Mijn eerste monotypes waren te donker omdat de laag inkt nog te dik was. Doordat het niet vlot liep, ervaarde ik best wel wat stress.
Voor het creëren van een print van lucht met wolken, gebruikte ik blauwe inkt met daarop sjabloontjes in de vorm van wolkje. Dat was vrij goed gelukt. bij de volgende monotype liep het helaas weer mis. De begeleidster heeft me toen het gebruik van de drukpers uitgelegd In vergelijking met het handmatig aandrukken, was dit resultaat verbluffend. Dat maakte mij heel blij. Eindelijk iets gelukt. Helaas was de tijd te kort voor mij om mijn project naar mijn idee uit te werken
Ik heb gemerkt dat de monotypetechniek heel moeilijk is voor mij. Het vraagt heel wat concentratie en heel veel oefening om het visuele te compenseren. Dit betekent niet dat ik dit nooit meer zal doen. Integendeel, ik wil mijn nieuwjaarskaarten met behulp van deze techniek creëren voor de volgende feestdagen. Als ik heel veel oefen dan voel ik op een bepaald moment of de inkt voldoende is uitgerold of niet. Ik hoef er niet de hele dag aan te werken, alleen als ik voldoende concentratie heb. Het materiaal heb ik alvast aangeschaft. Al zal het wel zonder drukpers zijn.
Ik ben niet zeker of ik deze techniek met cliënten zou gebruiken. Op zich vind ik het wel fijn en vernieuwend, maar het vraagt veel organisatie van mij. En er is ook een geschikte ruimte voor nodig. Een ruimte die wat roel en chaos kan verdragen
Proeven van acteren
Verloop
We startten de dag met enkele opwarmingsoefeningen. De lesgeefster stelde een vraag bv. Ik drink graag een glas witte wijn om 11u 's avonds. Wie dit ook leuk vond zette een stap vooruit, wie niet zette een stap achteruit. Vervolgens deden we enkele oefeningen gericht op het houden van de focus. We liepen rond kris kras door elkaar. Eerst kregen we de opdracht om elkaar aan te kijken en de ruimte in ons op te nemen. Na een tijdje dienden we met gesloten ogen rond te lopen en het voorwerp aanwijzen dat de lesgeefster benoemde.
Bij de volgende reeks oefeningen lag de nadruk op stemgebruik en focus. We dienden onze naam uit te spreken op verschillende manieren o.a. met een lage stem, mtt een hoge stem, roepen, ingehouden. ... Gaande weg kenden we elkaars naam, dat was belangrijk voor de volgende oefeningen. We deden verschillende variaties op naam noemen en in de handen klappen. Waarbij de volgende de beweging van degene die aan de beurt was diende te volgen. Deze oefeningen waren er allemaal op gericht om te oefenen op focus.
Het vervolg van de dag werd opgebouwd rond ‘wie’, ‘wat’, ‘waar’.
Voor het wie werkten we per twee. Eerst namen we bij elkaar een interview af ter kennismaking. Vervolgens mochten we een foto kiezen van een personage. We beantwoorden nu de vragen vanuit dat personage. Het wat werd ingeoefend via rollenspellen. Eerst speelden we ons personage in de wachtkamer van de dochter. Eén keer zonder externe tussenkomst. Een tweede keer werd het gesprek onderbroken door een nieuwsbericht waarop we vanuit ons personage reageerden. Om de voormiddag af te sluiten speelden we nog een aantal scènes op café. Net voor we iets gingen drinken hadden we de boodschap gekregen dat we de lotto gewonnen hadden of het was onze eerste afspraakje met een internet-date. Elk speelde de rol op zichzelf zonder interactie en zonder gebruik van woorden. We dienden te acteren hoe wij ons in zo’n situatie zouden gedragen.
De namiddag startten we opnieuw met enkele oefeningen op focus. We werkten eerst verder met het ‘wat’. We werkten vanuit de slagzin ‘ik wil’. Een viertal nam plaats op een lijn naast elkaar, de vier anderen namen plaats op de eerste rij in de zaal. Zij waren goden. De opdracht was om de goden iets te vragen wat je wil. Belangrijk was dat het iets was wat je ook echt wilde. We starten rustig, speelden nadien met intonatie en vervolgens betrokken we ons hele lichaam erbij. Bij een volgende oefening kregen we de opdracht om in de buurt, in tweetallen, twee mensen die met elkaar in interactie gingen te observeren. Nadien speelden we dit na. Voor mij was dit een moeilijke opdracht. Ik miste te veel visuele input. Ik speelde de input met behulp van de input van mijn medespeler. En dan kwam het spelen met tekst. We speelden in drietallen. Na de voorbereiding startten we met het inleven vanuit ‘ik wil …’, voor mij was dit bijvoorbeeld ‘ik wil het niet vertellen’.
Om de dag af te sluiten werkten we met het ‘waar’. We kregen de opdracht om in het gebouw een setting te zoeken waar we onze scène graag wilden spelen en hoe we dit zouden aanpakken. Nadat we de plek die we hadden gekozen, voorgelegd hadden aan de groep was het de bedoeling dat elk groepje zijn scène zou spelen op een locatie gekozen door een andere groep. Na enige voorbereiding sloten we de dag af met de opvoering van onze tekst op de gekozen locatie.
Reflectie
Ik had verwacht dat deze dag voor heel wat weerstand zou zorgen. In het dagelijks leven ben ik niet iemand die graag in de schijnwerpers staat. Ik word liever niet gezien. Alhoewel, het verlangen is er wel, maar de durf om me te tonen niet. Groot was mijn verbazing toen ik tijdens deze hele dag geen enkele weerstand voelde. De dag was zo dynamisch opgebouwd dat er geen tijd was om na te denken. Ik heb mijn stem op allerlei manieren gebruikt. In het dagelijks leven had ik nog nooit geroepen, nu ging het als het ware vanzelf. Opvallend was de onmiddellijk verbinding in de groep. Er was één koppel bij. Ik merkte bij mezelf op dat ik het niet zo fijn vond dat de vrouw steeds met haar man wilde oefenen.
Het meest verrassende moment was voor mij de oefening met de goden. Ik ging er helemaal in op, gebruikte mijn volledige lichaam. Bij de café-scène vond ik het leuk te horen dat ze de manier waarop ik me gedroeg, hadden geïnterpreteerd als ‘onzeker’. Dat was ook het gevoel dat ik er had ingelegd. Ook bij de oefening met tekst had ik een gelijkaardige ervaring. Het was echt een héél fijne dag, héél ontspannen. Zo verrassend. Ik ben nog steeds aan het nagenieten
Vluggertjes met theaterteksten
Verloop
We startten de avond met enkele opwarmingsoefeningen. We werkten in duo’s. De eerste oefening bestond erin dat elk om beurt iets zei dat we aan het doen waren (lopen, springen, zingen, …). Dit beelden we samen uit. Bij een tweede oefening dirigeerde de ene de lippen van de ander door de hand te bewegen. Vervolgens gingen we nog een stapje verder door heel het lichaam ermee te betrekken. Het doel was te variëren in stemgebruik.
Na de opwarming namen we plaats op de tribune. Er kwamen steeds twee mensen naar voor (één keer vier). Zei lazen een onvoorbereide tekst voor. Na een eerste lezing kregen we de context van het theaterstuk. Wij gaven input hoe we wilden dat de lezers het een tweede keer brachten (met humor, dramatisch, …). Bij een volgende oefening kregen we wel 10 minuten voorbereidingstijd. Het principe bleef hetzelfde. We sloten de avond af met een tekst waaraan iedereen deelnam. Bij te tweede lezing gaf workshopbegeleider enige regieaanwijzing.
Reflectie
Opnieuw viel het mij op hoe ook nu de begeleider voor een veilige context zorgde, net als bij ‘Proeven van acteren’. Hoewel de deelnemers elkaar voor het eerst zagen, was er meteen verbinding.
Voor mij was het net iets moeilijker. Ik had vooraf gevraagd om de teksten te vergroten. In de mate van het mogelijke is hier absoluut rekening mee gehouden. Toch bleef het visuele een drempel. Op het einde van de avond bespraken we dit nog even. Jan (begeleider) had getwijfeld om ze vooraf door te sturen, maar dan verdwijnt het ‘hier en nu’ voor mij. Dat begrijp ik zeker. De laatste tekst heb ik bewust voor de rol gekozen met het minste inbreng omdat het lezen niet meer lukte. Toch had dit ook zijn voordeel. Bij de licht geregisseerde versie merkte ik het verschil in sfeer duidelijk op.
Ook nu was ik verbaasd dat ik geen weerstand ervaarde. Mijn stem en lichaam gebruiken, ging als vanzelf. Op geen moment heb ik me afgevraagd wat anderen van mij zouden denken.
Wat ik zeker nog meeneem, is de opmerking van een deelnemer bij mijn eerste tekst: ‘Jouw verdriet was erg geloofwaardig’.
Op naar de volgende op 13 juni. En in het najaar de langere reeks acteren. Niveau 1 is nog zonder feedback. Dat is perfect voor mij. Mijn perfectionisme zou anders te snel de kop op steken.
·
III Creatieve expressie in de hulpverlening
Spelend in de wereld staan
Inleiding
Muzische werkvormen kun je op professioneel vlak zeer breed inzetten. In onderwijs, hulpverlening en zelfs in de bedrijfswereld. Elke setting waar men doelgericht met mensen werkt, heeft er baat bij..
Muzische werkvormen kunnen beantwoorden aan verschillende doelen. Zo kan het ingezet worden voor het maken van verbinding met jongere cliënten, maar het kan evenzeer met een specifiek therapeutisch doel gebruikt worden.
De muzen: beweging, beeld, drama, muziek bestaan niet zonder een spelcomponent. Deaarom sta ik in dit artikel niet alleen stil bij creatieve werkvormen, maar ook bij het spelen.
De veranderende visie op het werken met mensen vraagt een andere houding en vaardigheden van de hulpverlener.
Spelend ontwikkelen
Hoewel spelen voor baby’s en jonge kinderen een doel op zichzelf is, biedt het een niet te onderschatten waarde. Spelend verkennen ze de wereld en leren ze omgaan met de uitdagingen die ze daarbij tegenkomen. Als volwassene is het onze taak om kinderen de ruimte te bieden vrij te kunnen spelen.
Spelen in een breder perspectief
Spel heeft niet enkel tot doel het leren kennen van de wereld om ons heen. Via spelobjecten en creaties kunnen, niet alleen kinderen maar ook adolescenten en volwassenen, betekenis geven aan emoties en gedachten.
Spelen is zeker geen privilege voor (jonge) kinderen. Ook adolescenten vinden in spel een uitlaatklep. Al ziet dit bij hen er heel wat anders uit. Ze spelen veelal met taal, in humor, liedjesteksten, muziek, graffiti en poëzie. Ze ontdekken doorheen hun spel wat ze voelen, wat ze denken, wat ze wensen en wie ze zijn . Er ontstaat een beweging van hun binnenkant naar hun buitenkant. Vergeten we ook niet de volwassenen: ontspannen via creatieve expressie, zichzelf presenteren, heftige emoties bespreekbaar maken, …
In het boek ‘Muzisch agogische methodiek’ lezen we dat er bij het werken met muzische activiteiten 5 specifieke aandachtsrichtingen zijn waaruit je kan kiezenK.
- receptief: via zintuiglijke waarneming muzische producten en processen beleven.
- reproductief: reageren door nadoen en imiteren op grond van waarneming, herkenning en herinnering.
- Reflectief: een reactie of een waardeoordeel geven, een persoonlijke situatie toetsen aan criteria, of je bewust worden van innerlijke of interpersoonlijke processenn.
- Creatief: ontwerpen en fanrasie aanspreken, nieuwe ideeën en associaties gebruiken en onderzoeken.
- Expressief: emotionele belevingen aanspreken, je uitdrukken, uitdrukking geven aan wat er in je leeft.
Ze hebben een stijgende graad van betrokkenheid, autonomie en activiteit.
Via de workshops heb ik zelf ervaren hoe aangenaam het kan zijn om via proeven van acteren en beeldend werken even tot mezelf te komen en interne en externe stoorzenders los te laten.
Spel in de hulpverlening
In ‘Spelenderwijs wijzer worden’ lezen we dat spel in therapie (hier verruimd naar de bredere hulpverlening) drie mogelijke functies heeft ‘ (Vliegen& Van Lier, 2007)
- de ontdekking van aspecten van de innerlijke wereld
- de communicatie over aspecten van de innerlijke wereld
- de constructie van nieuwe ideeën en verhalen in een samenspel tussen kind (adolescnten, volwassenen) en hulpverlener.
Kiezen van middel en werkwijze die je als hulpverlener hanteert worden bepaald door:
- de context van je werk
- `Je professionele persoonlijkheid
- de problematiek van de cliënt
- de mogelijkheid van de cliënt
- Je eigen expertise
De rol van de begeleider
Bij het gebruik maken van creatieve technieken stel je je als hulpverlener kwetsbaar op. Behalve kennis heb je vooral durf nodig. Daarnaast zijn naturel en authenticiteit belangrijke vaardigheden. Je creëert op die manier een veilige intermediaire ruimte voor je cliënt.
Conclusie
Spel en creatieve expressie worden gezien als belangrijke hulpbronnen binnen de hulpverlener. Ze zorgen voor verbinding en veiligheid. Ze bieden de mogelijkheid om dichter bij de interne wereld te komen. Het is wel belangrijk dat je er als hulpverlener op een zorgvuldige en bewuste manier mee aan de slag gaat. Mijn persoonlijke ervaringen hebben me geleerd dat creativiteit wel degelijk een meerwaarde heeft in de hulpverlening.ikzal deze dan ookop een veilige, bewuste en weloverwogen manier inzetten. Een eerste stap kan zijn om workshops te volgen over het omgaan met creatieve werkvormen in de begeleiding van cliënten.
Bronnen
Behrend, D. (1996). Muzisch-agogische methodiek: Een handleiding.
de Groot, R. (2009). Spelenderwijs wijzer worden: Spel, speelgoed en het opgroeiende kind. Garant.de Groot, R. (2009). Spelenderwijs wijzer worden: Spel, speelgoed en het opgroeiende kind. Garant.
Schellekens, T. (2018). Te oud om te spelen? Een exploratie van het belang van spel en speelsheid in de behandeling van moeilijk bereikbare adolescenten. Tijdschrift voor Psychotherapie, 44(5), 300–314.